Begroting 2019

Financiering

De paragraaf Financiering geeft weer wat het beleid is voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft inzicht in de ontwikkeling van de schuldpositie.

Wettelijk kader

  • Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido).

Beleidskader

  • Treasurystatuut.
  • Uitvoeringsregels garantie en lening.

Financieringsbeleid

Hoorn is voor haar uitgaven afhankelijk van externe financiering. De gemeente leent alleen geld voor de uitvoering van gemeentelijke taken binnen de kaders van de wet Fido en het Treasurystatuut. Er is sprake van totaalfinanciering. Er wordt geen financiering voor specifieke projecten aangetrokken. Totaalfinanciering houdt in dat de gemeente alle uitgaven en investeringen van de gemeente gezamenlijk financiert. Deze rechtlijnige wijze van financiering leidt tot eenvoud en efficiency. De gemeente gebruikt daarbij geen ingewikkelde financiële producten, zoals derivaten.
Het financieringsbeleid is erop gericht om uitgaven zo lang mogelijk met kort geld te financieren. Korte geldleningen leiden tot lagere rentelasten dan lange geldleningen en worden voor slechts enkele dagen of weken afgesloten. Daarna wordt vervolgens opnieuw voor enkele dagen of weken geleend. Deze methode past Hoorn al meerdere jaren toe. Financiering met kort geld is in de wet FIDO gelimiteerd met een zogenaamde kasgeldlimiet. Deze limiet mag maximaal twee opeenvolgende kwartalen worden overschreden.
De kasgeldlimiet bedraagt 8,5% van het totaal van de begroting, voor Hoorn bedraagt deze in 2019 19,4 miljoen euro. Er wordt een langlopende lening afgesloten zodra de hoogte van de kortgeldleningen de kasgeldlimiet met een derde opeenvolgende kwartaal dreigt te overschrijden. Daarmee verlaagt Hoorn de korte schuldpositie.

Financieringsbehoefte

Voor het bekostigen van investeringen en de reguliere betalingen is externe financiering nodig. Ook moeten huidige (aflopende) geldleningen worden geherfinancierd.
De totale omvang van de leningenportefeuille van de gemeente is in de periode 2013-2019 verminderd van 196 miljoen euro in 2013 naar 179 miljoen euro in 2019 (verwacht). De daling wordt vooral veroorzaakt door de geldleningen woningbouw. Deze geldleningen hebben geen directe invloed op de gemeentelijke schuldpositie omdat ze tegen dezelfde condities zijn doorgeleend aan woningbouwverenigingen. De portefeuille met verstrekte leningen aan woningbouwverenigingen is aflopend, omdat de gemeente geen nieuwe leningen aan hen verstrekt. Het grootste deel van deze portefeuille staat vast tot het jaar 2033.
De langlopende geldleningen van Hoorn worden jaarlijks lineair afgelost. Naar verwachting wordt er in 2019 een nieuwe vaste geldlening van 25 miljoen euro aangetrokken. De ontwikkeling van de schuldpositie wordt voornamelijk beïnvloed door de investeringsbeslissingen. Dit komt doordat de financieringsbehoefte zich anders ontwikkelt dan dekking in de begroting. In de begroting worden de lasten van een investering gespreid over de gebruikersjaren (jaarlijkse afschrijving). De uitgaven moeten echter direct en volledig in het investeringsjaar betaald worden. Daarvoor is externe financiering nodig. Verder is het werkelijke rekeningresultaat 2018 van invloed op de schuldpositie in 2019. Op basis van deze ontwikkelingen wordt in 2019 bepaald op welk moment het aantrekken van een aanvullende langlopende lening nodig is.

Schuldpositie

Om een oordeel te kunnen geven in hoeverre de gemeente een gezonde schuldpositie heeft, kan het beste gebruik gemaakt worden van de netto schuld. Hierbij wordt de omvang van de geldelijke bezittingen die (tijdelijk) niet zijn ingezet voor de publieke taak, in mindering gebracht op de totale schuld van de gemeente. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan de gelden op de bankrekening of gelden die tijdelijk geparkeerd zijn in het schatkistbankieren. De omvang van deze “netto schuld” kan per inwoner worden uitgedrukt, maar kan ook worden afgezet tegen de inkomsten van de gemeente (schuldquote). Inkomsten bepalen namelijk de mate waarin een gemeente in staat is om zijn schulden te voldoen. De ontwikkeling van deze schuldenquote op de middellange termijn is een goede indicator van de financiële gezondheid van de gemeente.
Door de toezichthouder worden gemeenten met een schuldquote van >130% als zeer risicovol beschouwd. Tussen de 90% en 130% gaat het om gemiddeld risicovol. Onder de 90% wordt beschouwd als het minst risicovol. De netto schuldquote is in Hoorn gedaald van 108% begin 2011 tot naar verwachting 68% begin 2020. Hiermee valt Hoorn in de categorie van minst risicovol.
De schuldenlast die feitelijk op de exploitatie drukt is lager omdat in de netto schuldenquote ook de in verleden doorgeleende gelden aan woningbouwverenigingen zijn verwerkt. Bij de uitgeleende gelden wordt door een gemeente de rente doorberekend. Met de aflossingen op deze uitgeleende gelden kunnen de schulden op hun beurt worden afgelost. Wordt hiervoor gecorrigeerd dan loopt de schuldenlast, die feitelijk op de exploitatie rust, af van 54% van de jaarlijkse inkomsten naar 47% van de totale inkomsten eind 2019.

Renteontwikkeling

De oude geldleningen zijn tegen hogere rentetarieven aangetrokken dan die in het recente verleden. Door alle leningen jaarlijks lineair af te lossen, vervallen oude (dure) leningen geleidelijk uit de portefeuille en worden nieuwe (goedkopere) leningen toegevoegd. Al diverse jaren is sprake van dalende marktrentes. Sinds het najaar van 2016 laat de lange rente een lichte stijging zien. De ontwikkelingen rondom het ECB opkoopprogramma zijn hierbij van belang. Het opkoopprogramma zorgt voor meer geld in de kapitaalmarkt, dat weer door de banken kan worden uitgeleend. Dit heeft een drukkend effect op de rente. Naar verwachting stopt het programma eind 2018. De ontwikkelingen rondom dit opkoopprogramma zijn bepalend voor de mate waarin de rentestijging zich wel of niet doorzet. Op dit moment wordt uitgegaan van het iets oplopen van de rente in komende 12 maanden.
De gemiddelde rente over de gehele lening portefeuille (excl. woningbouw) is afgenomen van 3,16% in 2013 naar 1,55% per eind 2019. De renteontwikkeling in 2019 is afhankelijk van de marktrente van de vaste geldlening(en) op de kapitaalmarkt. In 2019 en 2020 wordt bij het aantrekken van nieuwe leningen in de begroting rekening gehouden met een rentepercentage van 2%.Voor 2021 en 2022 wordt uitgegaan van een stijging naar 2,5%.

Renterisico(norm)

Het renterisico beschrijft het risico dat de rentelasten van de gemeente ineens fors stijgen als nieuw aan te trekken leningen een hogere rente hebben dan de (oude) leningen die worden afgelost. Om dit risico te beperken is er in de wet Fido en het Treasurystatuut een renterisiconorm vastgesteld. De renterisiconorm stelt dat de aflossing per jaar maximaal 20% van de begrote lasten mag zijn. De gemeente voldoet ruimschoots aan deze norm. Doordat de gemeente iedere vaste geldlening jaarlijks lineair aflost, werkt een stijging of daling van de marktrente slechts geleidelijk door in de lening portefeuille.

Rente omslag

De renteomslag is een rekenrente, het is een methode om de financieringslasten van de gemeente te verdelen over alle investeringen. Het rente omslagpercentage wordt bepaald door de netto rentelasten te delen door de te financieren boekwaarde van de investeringen. Ieder jaar wordt in de begroting het rente omslagpercentage beoordeeld op actualiteit. De omslagrente komt in 2019 afgerond uit op 0,5%. Ten opzichte van de begroting 2018 is het percentage gelijk gebleven.
Volgens het advies van de commissie BBV wordt met onderstaand schema inzicht gegeven in de rentelasten, renteopbrengsten en het bedrag dat naar de taakvelden verdeeld wordt.
tabel renteschema

onderdeel

bedrag

de externe rentelasten over de korte en lange financiering

-3.813.833

de externe rentebaten (idem)

2.715.202

saldo rentelasten en rentebaten

-1.098.631

de rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

251.449

de rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

0

251.449

aan taakvelden toe te rekenen externe rente

-847.182

rente over het eigen vermogen

0

rente over voorzieningen

0

totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente

-847.182

de aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

1.029.978

renteresultaat op taakveld treasury

182.796

In 2019 wordt op basis van de (afgeronde) omslagrente van 0,5% iets meer rente toegerekend aan de taakvelden dan dat er aan werkelijke rente begroot is. Hier staat op het taakveld Treasury een voordelig resultaat van 183.000 euro tegenover.

Beleggingen en schatkistbankieren

Sinds de invoering van het verplichte schatkistbankieren is het wettelijk niet meer toegestaan om overtollige middelen uit te zetten. Alle financiële middelen boven de 1,7 miljoen euro (gemiddeld per kwartaal) moeten bij het Ministerie van Financiën worden geparkeerd. Hoorn heeft geen structurele overtollige eigen middelen. Om te voldoen aan de norm worden tijdelijke overtollige tegoeden op de bankrekening naar de rekening-courant bij het Ministerie verplaatst. Deze middelen zijn dagelijks opvraagbaar en staan ter beschikking van de gemeente.

Garantstellingen

Naast financiering voor de eigen gemeentelijke financieringsbehoefte zijn er ook instellingen die een verzoek indienen voor ondersteuning van financiering. De gemeente heeft in het Treasurystatuut en de ‘Uitvoeringsregels garantie en lening’ vastgelegd om onder bepaalde voorwaarden mee te werken aan het verstrekken van een gemeentegarantie. Enkele voorwaarden zijn dat de instelling verbonden is aan de gemeente, een publieke taak uitvoert en aantoonbaar zelfstandig geen financiering kan aantrekken.
Een garantstelling houdt in dat de instelling zelfstandig een financiering aantrekt bij een bank, waarbij de gemeente in de vorm van een garantstelling het kredietrisico van de bank overneemt. Alleen als met een gemeentegarantie geen gunstige banklening kan worden aangetrokken, kan de gemeente besluiten om zelf een geldlening te verstrekken. Het voordeel van een gemeentegarantie ten opzichte van uitlenen door de gemeente is dat gemeentegarantie geen kasstroom voor de gemeente is.
Bij garantstellingsverzoeken die voldoen aan de criteria, weegt het college af of de maatschappelijke voordelen opwegen tegen het financiële risico. Het college geeft de raad vooraf inlichtingen over het verstrekken van garanties en geldleningen indien de raad daarom verzoekt, of indien de garantie c.q. geldlening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. Het financiële risico van de huidige garantstellingsportefeuille is opgenomen in het weerstandsvermogen.