Begroting 2019

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Het weerstandsvermogen gaat over de vraag in hoeverre de gemeente middelen kan vrijmaken om grote tegenvallers op te vangen. Hierbij wordt een relatie gelegd tussen:

  • de financiële risico’s,
  • de middelen waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om risico’s af te dekken (weerstandscapaciteit).

Risico’s moeten uiteraard goed in beeld zijn. Ook neemt de gemeente beheersmaatregelen om de kans en/of de impact van risico’s te verkleinen. De genomen beheersmaatregelen staan daarom bij de risico’s.

Risico's

Belangrijkste financiële risico’s
In deze paragraaf staan de risico’s die mogelijk van invloed zijn op de financiële positie van de gemeente. Gebeurtenissen die regelmatig voorkomen en voorzienbaar zijn horen hier niet bij. Voor die gebeurtenissen staan namelijk op de balans toereikende voorzieningen, zijn verzekeringen afgesloten of verbetermaatregelen getroffen. Het risicoprofiel van de gemeente bestaat uit ongeveer 60 risico’s waarvan de financiële gevolgen in beeld zijn gebracht. Deze risico’s worden geregistreerd in Naris (risicomanagement software).
Eerst volgt een toelichting op de risico’s binnen de grondexploitaties en het sociale domein. Deze risico’s zijn niet in Naris opgenomen, omdat de gemeente voor de grondexploitaties een aparte risicosimulatie uitvoert en omdat voor het sociaal domein een egalisatiereserve is ingesteld.
Risico’s grondexploitaties
Aan grondexploitaties zijn onlosmakelijk risico’s verbonden. De effecten van de recessie komen vooral tot uitdrukking bij het project Bangert en Oosterpolder. Dit is het meest risicovolle woningbouwproject binnen de gemeente. Voor de projecten Bangert en Oosterpolder en Zevenhuis wordt jaarlijks een risicoanalyse gemaakt inclusief de mogelijke beheersmaatregelen. Daarnaast wordt periodiek gerapporteerd over risico-ontwikkelingen binnen het project. De risicoanalyse van Bangert en Oosterpolder maakt integraal onderdeel uit van de jaarlijkse exploitatieherziening, verantwoord in het meerjarenperspectief grondexploitaties. Daarbij worden tevens nader te treffen beheersmaatregelen voorgesteld. De meest gevoelige elementen daarbij zijn, evenals vorig jaar, de uitvoering- en plankosten, de grondopbrengsten, de opbrengsten door mogelijke prijsontwikkelingen. Een onderdeel van de risicoanalyse Bangert en Oosterpolder is daarom de gevoeligheidsanalyse. In deze analyse wordt de invloed van een mogelijke wijziging in parameters als rente over kosten en opbrengsten, kosten- en opbrengststijgingen en fasering in beeld gebracht. De risico's binnen de grondexploitaties zijn berekend op 9,8 miljoen euro.
Sociaal Domein
De gemeente is vanaf 2015 verantwoordelijk voor de Jeugdwet, nieuwe taken binnen de Wmo en de Participatie wet. Hierdoor is er goed zicht op welke zorginhoudelijke en financiële risico’s er zijn en hoe groot de kans is dat deze zich voordoen. Het grootste (financiële) risico blijft dat de toenemende vraag naar zorg en ondersteuning leidt tot overschrijding van het budget. Hoewel de budgetten de afgelopen jaren niet zijn overschreden, zijn de kosten wel toegenomen. Hierdoor is het de verwachting dat de budgetten sociaal domein in 2018 en 2019 worden overschreden. Daarbij zijn de toenemende kosten voor Veilig Thuis, als onderdeel van het sociaal domein, een risico voor een (hogere) budgetoverschrijding.
Om het risico van een toenemende zorgvraag te beheersen, wordt er ingezet op eigen kracht, innovatie en wijkgericht werken (gebiedsteams). Daarbij wordt de resultaatgerichte inkoop voor 2020 en verder voorbereid, wat moet bijdragen aan de transformatie van het sociale domein. De effecten hiervan, of de taken daarmee op langere termijn binnen de budgetten kunnen worden uitgevoerd, moeten de komende jaren duidelijk worden.
Behalve onzekerheid over hoeveel de zorg en ondersteuning in de komende jaren gaat kosten, is ook onzekerheid over de hoogte van de budgetten een risico. Herverdelingseffecten kunnen gevolgen hebben voor de uitkering die de gemeente ontvangt voor het sociale domein. Dit werkt door in de beschikbare budgetten voor zorg en ondersteuning.
Om schommelingen in de zorgvraag en de rijksuitkering op te vangen was voor de bestuursperiode 2014 tot en met 2018 een egalisatiereserve van 4,5 miljoen euro ingesteld. Er wordt voorgesteld om deze reserve voort te zetten en daarbij het ‘sociaal domein’ breder te trekken dan alleen de in 2015 gedecentraliseerde taken. Het doel hiervan is om verder te ontschotten.
Financiële risico's Naris
In onderstaande tabel staan de belangrijkste risico's die naast de grondexploitaties de grootste invloed hebben op de benodigde weerstandscapaciteit.

Betreft

Risicobeschrijving

Mogelijke gevolgen

Beheersmaatregelen

Fluctuerend gemeentefonds

Gemeenten worden steeds afhankelijker van de inkomsten van het rijk. Fluctuaties binnen het gemeentefonds hebben hierdoor direct effect op de financiën van de gemeente.

Lagere inkomsten

Aan de hand van de circulaires en andere ontwikkelingen in de omgeving wordt dit risico gemonitord.
Landelijk sluit Hoorn zich aan bij initiatieven die erop gericht zijn om een stevig signaal af te geven aan het Rijk over de manier waarop de kortingen direct op gemeenten worden afgewenteld. Hoorn is aangesloten bij de G40 gemeenten.

Onderhoud gemeentelijke panden

Incidenteel noodzakelijk groot onderhoud a.g.v. asbest, funderingsherstel etc. Binnen het MJOP zijn de budgetten voor onvoorzien in die gevallen ontoereikend.

Hogere onderhoudskosten dan begroot

Er volgt een dialoog tussen college en raad over het strategisch vastgoedbeleid. Daaruit kunnen keuzes volgen die invloed hebben op het risicoprofiel.

Stijging klantenbestand bijstand (BUIG gelden)

Hogere kosten door stijging van het aantal mensen dat een beroep doet op bijstand voor levensonderhoud.

Hogere kosten

Sturen op instroom en stimuleren van uitstroom.
Vangnetregeling vanuit het Rijk waardoor het eigen risico beperkt is.

Onvoldoende rijksmiddelen voor klimaat, duurzaamheid en energietransitie.

De energietransitie is één van de grootste en meest urgente maatschappelijke opgaven van onze tijd.
Om in 2040 een klimaatneutrale stad te kunnen zijn wordt ingezet op structurele financiering vanuit rijksmiddelen. Er loopt landelijk echter een discussie over de vraag of die middelen al verstrekt zijn via het gemeentefonds (accres/Interbestuurlijk Programma) of dat er op onderdelen nog geld beschikbaar wordt gesteld. Dit hangt onder andere af van de verdere uitwerking van het Klimaatakkoord. Indien blijkt dat het Rijk geen of onvoldoende middelen beschikbaar stelt is financiële achtervang nodig uit het weerstandsvermogen om de klimaatopgave voort te kunnen zetten.

Onvoldoende budget, middelen moeten uit de algemene reserve worden onttrokken.

Zoeken naar alternatieve vormen van financiering.

BTW betaald parkeren openbare weg

De mogelijkheid bestaat dat betaald parkeren op de openbare weg gezien moet worden als een ondernemersactiviteit voor de omzetbelasting, omdat er in concurrentie wordt getreden met particuliere ondernemers die tegen betaling parkeergelegenheid aanbieden. Indien betaald parkeren op de openbare weg door de Hoge Raad wordt gekwalificeerd als ondernemersactiviteit voor de omzetbelasting, betekent dit dat de gemeente 21 % BTW moet afdragen over de parkeeropbrengsten.

Lagere parkeeropbrengsten of hogere parkeertarieven

De ontwikkelingen in de jurisprudentie worden op de voet gevolgd. Op het moment dat er een definitieve uitspraak van de Hoge Raad of een beleidsregel van de minister/staatssecretaris is, dan handelt de gemeente daarnaar, door de Gemeenteraad maatregelen voor te stellen. De maatregel kan, ofwel het accepteren van lagere parkeeropbrengsten en in de begroting op te vangen, ofwel het verhogen van de parkeertarieven, zijn.

Weerstandscapaciteit

Benodigde weerstandscapaciteit
Op basis van de risico's die in Naris staan, is een risicosimulatie uitgevoerd. De simulatie wordt uitgevoerd, omdat risico's niet allemaal in hun maximale omvang optreden. Hierdoor hoeft niet de som van alle risico's te worden gereserveerd. Via de nota heroverwegen reserves en voorzieningen heeft de gemeenteraad besloten om een zekerheidspercentage van 80% te hanteren.
De gevraagde weerstandscapaciteit:

risico's Naris (80% zekerheid)

7,1 miljoen euro

grondexploitatie

9,8 miljoen euro

sociaal domein

2,8 miljoen euro

benodigde weerstandscapaciteit

19,7 miljoen euro

De risicosimulatie is een momentopname op basis van het huidige risicoprofiel. Nieuwe projecten of onverwachte situaties kunnen leiden tot een wijziging van de benodigde weerstandscapaciteit.
Aanwezige weerstandscapaciteit
De aanwezige weerstandscapaciteit heeft een structureel en een incidenteel deel. Het incidentele deel is het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te vangen. Dit is zonder dat het invloed heeft op voortzetten van de taken op het huidige niveau. De structurele weerstandscapaciteit zijn de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de bestaande taken.
Overzicht van de beschikbare weerstandscapaciteit, bedragen x 1.000 euro.

weerstandscapaciteit

bedrag

Algemene reserve (incidenteel, na aftrek claims)

14.500

Egalisatiereserve sociaal domein (na aftrek claims)

3.300

Afdelingsreserves (incidenteel)

300

Algemene bedrijfsreserve grondbedrijf (incidenteel)

4.350

Stille reserves grondbedrijf (incidenteel)

2.850

Overige stille reserves (incidenteel)

4.400

Onvoorzien (incidenteel)

200

Onvoorzien (structureel)

60

Onbenutte belastingcapaciteit (structureel)

100

Totaal

30.060

Het bedrag van de algemene reserve is het saldo na aftrek van de toekomstige claims.
Conclusie weerstandsvermogen
De verhouding tussen de aanwezige weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit bepaalt of het weerstandsvermogen voldoende is. Dit is voldoende als het verhoudingsgetal minimaal 1 is. Uit onderstaande berekening blijkt dat het weerstandsvermogen goed is:

aanwezige weerstandscapaciteit

30,06

weerstandsvermogen

=

=

1,53

benodigde weerstandscapaciteit

19,7

Het weerstandsvermogen in relatie tot de risico’s (incl. het sociaal domein) mag tussen de 1,0 en 1,5 liggen. Het weerstandsvermogen van 1,53 betekent dat deze boven de bestuurlijk gewenste norm ligt. In deze begroting zijn echter ook een aantal ruimtevragers opgenomen waarbij de algemene reserve als voorgestelde incidentele dekking is aangedragen (bedragen in euro):

  • projectopdracht veiligheid Kersenboogerd      40.000
  • verlaging huur Schouwburg Het Park      250.000
  • klimaatadaptatie en routekaart energietransitie    1.232.750
  • stimulerings-/revolverend fonds duurzaamheid   1.000.000

Deze ruimtevragers tezamen doen een beroep van 2,5 miljoen euro op de Algemene Reserve, waardoor het saldo van de Algemene Reserve na aftrek van alle claims op termijn daalt naar 12 miljoen euro.
Rekening houdend met deze voorstellen wijzigt het weerstandsvermogen als volgt:

aanwezige weerstandscapaciteit

27,5

weerstandsvermogen

=

=

1,39

benodigde weerstandscapaciteit

19,7

Voorstel aan de raad
Het weerstandsvermogen van 1,39 is toereikend binnen de bestuurlijk gewenste bandbreedte tussen 1 en 1,5. Aan het huidige kader van een minimale omvang van de Algemene Reserve van 16 miljoen euro wordt niet voldaan. Echter, zoals in deze paragraaf uiteengezet zorgen ook de egalisatiereserve sociaal domein, de Algemene Reserve Grondbedrijf, de stille reserves en de budgetten voor onvoorzien voor een totale weerstandscapaciteit van afgerond 28 miljoen euro.
In 2019 wordt de Nota Reserves en Voorzieningen geactualiseerd. Daarin zijn de kaders voor de Algemene Reserve en weerstandscapaciteit vastgelegd. Vooruitlopend aan de actualisatie van deze nota stellen wij uw raad voor om de bandbreedte voor het minimaal benodigde weerstandsvermogen (verhouding aanwezige weerstandscapaciteit in relatie tot de risico’s) vast te stellen tussen 1,0 en 1,5.

Kengetallen

Het financieel beeld dat uit kengetallen naar voren komt, is belangrijk voor het inzicht in de financiële positie. De financiële positie van gemeenten kan bijvoorbeeld goed worden beoordeeld aan de hand van de schulden op de balans. Schulden zeggen meer over de financiële positie dan het eigen vermogen. Te hoge schulden geven een risico van hoge toekomstige rentelasten.
In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn in totaal vijf financiële kengetallen opgenomen die in de Begroting en Jaarrekening berekend moeten worden. De provinciale toezichthouders hebben een normering aangegeven. De normering categorie minst, meest en gemiddeld risicovol is in onderstaande tabel weergegeven. Een korte toelichting per kengetal staat onder de tabel.

Verloop van de kengetallen

Normen toezichthouder

Rekening 2017

Begroting 2018

Begroting 2019

Minst risicovol

Gemiddeld risicovol

Meest risicovol

Netto schuldquote

68%

82%

77%

<90%

90% - 130%

>130%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

46%

60%

56%

<90%

90% - 130%

>130%

Solvabiliteitsratio

25%

22%

20%

>50%

20% - 50%

<20%

Structurele exploitatieruimte

0%

1%

4%

>0%

0%

<0%

Grondexploitatie

4%

8%

6%

<20%

20% - 35%

>35%

Belastingcapaciteit

98%

97%

97%

<95%

95% - 105%

>105%

Over het algemeen is de conclusie dat de gemeente Hoorn financieel gezond is.
Toelichting kengetallen
Netto-schuldquote
De netto-schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de mede-overheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken.
Solvabiliteitsratio
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de mede-overheid in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen.
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente of provincie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is.
Grondexploitatie
Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) kosten.
Belastingcapaciteit
De definitie van dit kengetal is: woonlasten meerpersoonshuishouden in het begrotingsjaar ten opzichte van het landelijke gemiddelde in het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar uitgedrukt in een percentage.