Begroting 2019

Kaders voor gezond financieel beleid

Kaders voor gezond financieel beleid

De begroting laat voor 2019 een tekort zien van ongeveer 650.000. Bestendige gedragslijn is om een incidenteel begrotingstekort te dekken uit de Algemene Reserve. Voor extra zaken is in 2019 dus geen ruimte binnen het begrotingsresultaat, tenzij deze worden voorzien van alternatieve dekking.
Het meerjarenbeeld laat vanaf 2020 een bescheiden ruimte zien van bijna 1 miljoen euro. Die ruimte is hard nodig om dekking te bieden aan de ruimtevragers die op dit moment als “p.m.” zijn aangeduid. Tegelijk is duidelijk dat niet alles tegelijk kan en moet. Een gezond financieel beleid blijft nodig om alle ambities voor de komende bestuursperiode te realiseren. Heldere, door de raad vast te stellen kaders helpen om dat beleid uit te voeren en de juiste keuzes en afwegingen te kunnen maken. Bezuinigingen zijn niet nodig, wel moet een herschikking mogelijk zijn binnen het totaal van de begroting. De focus moet niet liggen op de 1% van het financieel perspectief, maar op de volle 100% van de begroting.
Wij stellen de raad voor om de onderstaande kaders te hanteren bij het maken van nieuwe afwegingen. Die kaders zijn niet uitputtend maar fungeren als meetlat waarlangs nieuwe ruimtevragers worden afgewogen. In de uitvoeringspraktijk geldt daarbij het "pas toe of leg uit-principe": de toepassing ervan kan per onderwerp verschillen en in bijzondere omstandigheden kunnen er redenen zijn om van af te wijken.

  • Eerst de opgave, dan het plan, dan het geld

Nu beginnen we vaak eerst met de financiële claim, daarna met de visie, het plan en de uitwerking. Dat betekent dat middelen lang onbenut blijven (onderuitputting). Maar belangrijker: het doet geen recht aan de afweging door de raad. Opener beleidsdiscussies met de raad in een eerder stadium betekent ook een opener begrotingsproces. Concreet betekent dit dat er meer p.m. posten als ruimtevrager in de begroting staan, met ruimte voor latere invulling. Niet alles kan en moet immers tegelijk.

  • Nieuw voor oud

Met het richtsnoer ‘nieuw voor oud’ wordt bedoeld dat een lopend project of bestaande activiteiten worden beëindigd, als er financiële dekking moet worden gevonden voor een nieuw initiatief. Vanuit de raad is het idee geopperd om een zerobased begroting te maken. Dit is een methode om de begroting door te lichten op: wat is wettelijk verplicht, wat is de vrije afwegingsruimte etc. Dat kan helpen om de juiste keuzes te maken.
In essentie gaat het om de vraag in welke mate bestaand beleid bijdraagt aan de bestuurlijke doelen? Waar dat niet zo is, ontstaat er ruimte voor heroverweging binnen de totale begroting.

  • We doen het voor het geld dat we ervoor krijgen

Medebewindstaken doen we voor (maximaal) het geld dat we er voor krijgen. Er worden geen verplichtingen door ons aangegaan als er geen extra middelen zijn van het Rijk of wij zelf geen ruimte hebben kunnen vinden binnen de bestaande begroting.

  • Samen in partnerschap

Netwerk-besturen betekent ook netwerk-financieren. Wanneer een maatschappelijke opgave samen met andere partners wordt opgepakt, komt de rekening niet alleen bij de gemeente terecht.

  • Ontschotten van budgetten

Budgetten worden zoveel mogelijk ontschot, om een integrale afweging en het schuiven met budgetten mogelijk te maken, zowel in het sociale als in het fysieke domein. Tegenvallers worden zoveel mogelijk binnen het domein, het programma of een beleidsveld opgevangen.

  • Kostendekkendheid

Belastingheffingen, leges en tarieven zijn kostendekkend.

  • Zuiver resultaat bestemmen

Budget dat aan het einde van het jaar overblijft gaat naar de algemene reserve.

  • Profijtbeginsel

Kosten van publieke voorzieningen worden zoveel mogelijk in rekening gebracht van degenen die daarvan profiteren.

  • Proactief gebruik maken van subsidies

Bij grote stedelijke projecten worden doelgerichte acties en lobby ingezet voor succesvolle subsidieverwerving.
Bij het verstrekken van subsidies telt niet de inspanning maar het resultaat. Bij elk van de gemeentelijke doelen wordt bepaald of en zo ja hoe gesubsidieerde activiteiten een bijdrage kunnen leveren aan het realiseren ervan.

  • Integraliteit

Opbrengsten en kosten worden zoveel mogelijk in samenhang gepresenteerd. Bij investeringen worden capaciteit, duurzaamheid en ICT-aspecten ook meegenomen.

  • Zo min mogelijke reserves

Algemeen uitgangspunt is om zo min mogelijk reserves te hebben. Bij het instellen van een reserve is het belangrijk om een concreet doel vast te stellen waarvoor de reserve wordt ingesteld, inclusief de geplande looptijd.

  • Gezond weerstandsvermogen

Het benodigd weerstandsvermogen in relatie tot de risico’s blijft in gezonde verhouding en ligt tussen de 1,0 en 1,5.